Ik ga vandaag niet om gezien te worden. Ik ga in de hoop dat iemand zichzelf in mij herkent.
Vandaag trekt de Pride opnieuw door de straten. Duizenden mensen vieren wie ze zijn. Anderen komen op voor wie dat vandaag nog altijd niet zonder angst kan doen. Ik ga… uiteindelijk… mee. En eerlijk? Dat had ik een paar jaar geleden zelf nooit gedacht. En zelfs een paar dagen geleden was ik het helemaal niet van plan.
Sinds ik mijn verhaal deelde, kreeg ik tientallen berichten. Van jongeren. Maar ook van volwassenen. Niet om mij te feliciteren. Wel om hun eigen verhaal te vertellen. Verhalen van jongeren die bang zijn om zichzelf te zijn. Van mannen en vrouwen die zich jarenlang hebben verstopt. Van mensen die zich afvragen of er ook voor hen een plaats is. De reacties na het interview dat vorige week in Gazet van Antwerpen verscheen, deden daar nog een laag bovenop. Die berichten hebben mij diep geraakt. Niet alleen als mens. Ook als schepen van Jeugd. Want telkens kwam dezelfde vraag terug. “Is er ook een plaats voor iemand zoals ik?”
Dat zette mij aan het denken. Niet over de Pride. Wel over de beelden die vandaag de wereld rondgaan. Laat één ding duidelijk zijn. De kleurrijke, uitbundige en soms provocerende kant van de Pride hoort erbij. Ze heeft een geschiedenis. Ze heeft deuren geopend voor generaties die jarenlang onzichtbaar moesten blijven. Daar verdienen de mensen die daarvoor gevochten hebben alleen maar respect voor. Maar dat is niet het volledige verhaal. Vandaag lopen er ook duizenden mensen mee. De leerkracht. De verpleegkundige. De vrijwilliger van de Chiro. De papa die zijn kinderen naar de voetbal brengt. De mama die haar dochter voor het eerst ziet stralen. Mensen die vandaag meelopen omdat ze eindelijk zonder schroom zichzelf willen kunnen zijn.
Opvallende beelden trekken nu eenmaal de aandacht. Dat is logisch. Maar soms vraag ik me af wat er gebeurt wanneer net die beelden voor veel mensen hét beeld van de Pride worden. Niet omdat die beelden verkeerd zijn. Wel omdat ze niet het volledige verhaal vertellen. Misschien denkt een jongere die nog zoekende is dan: “Als dit het enige beeld is dat ik te zien krijg, dan herken ik mezelf daar niet in.” Misschien zwijgt iemand daardoor nog wat langer. Niet uit schaamte. Maar omdat die denkt dat er voor hem of haar geen plaats is. En net dat doet pijn.
Daarom is mijn oproep vandaag eenvoudig. Niet om minder van de Pride te tonen. Wel om méér van de Pride te tonen. Toon ook de jonge man die voor het eerst hand in hand met zijn vriend door de stad wandelt. Toon de moeder die haar dochter omhelst nadat ze uit de kast kwam. Toon het koppel dat samen kinderen opvoedt. Toon de twintiger die voor het eerst beseft dat hij niet alleen is. Toon ook de duizenden mensen die vandaag meelopen zonder dat ze ooit een camera zullen zien. Niet omdat hun verhaal belangrijker is. Maar omdat ook hún verhaal iemand de moed kan geven om zichzelf te durven zijn. Want representatie is meer dan zichtbaarheid. Representatie is herkenning. Niet elk kind zoekt een held. Soms zoekt het gewoon iemand in wie het zichzelf herkent.
Daarom ben ik vandaag aanwezig op de Pride. Niet om een tegengewicht te vormen. Ook niet om te bewijzen dat er één juiste manier bestaat om homo, lesbisch, bi of transgender te zijn. Ik ga in de hoop dat iemand zichzelf in mij herkent. Misschien een jongen die vandaag nog twijfelt. Misschien een vader die al jaren met zichzelf worstelt. Misschien iemand die vandaag beslist om eindelijk dat ene gesprek aan te gaan. Ik wil geen groter podium. Ik wens alleen dat de beelden die vandaag de wereld rondgaan ook deze verhalen laten zien. Niet omdat ze belangrijker zijn. Wel omdat ook zij deel uitmaken van de Pride. En omdat soms net dat ene herkenbare beeld iemand de moed geeft om eindelijk zichzelf te durven zijn. Want uiteindelijk is dat toch waar Pride om draait. Niet dat iedereen hetzelfde is. Maar dat iedereen zichzelf mag zijn.