Zijn aanhang komt niet enkel luisteren. Ze komen bevestiging zoeken. Ze willen zien dat iemand eindelijk luidop zegt wat zij al jaren denken, of wat ze denken te denken.
In die zin is Trumps personencultus geen bijverschijnsel van zijn presidentschap. Ze is het fundament ervan. Het maatschappelijk rot was er al lang voor Trump op de proppen kwam.
Zijn aanhangers beweren niet dat hij de beste beleidsmaker is, of de meest bekwame bestuurder. Ze vinden wel dat hij uitverkoren is. Dat God hem spaarde toen een kogel zijn oor schampte op de campagnerally in Butler, Pennsylvania, op die beruchte zaterdag 13 juli 2024, om 11 over 6 ’s avonds.
De verheven vuist van een bebloede Trump onder de Amerikaanse vlag — bevroren in dat iconische moment — is de pose van een martelaar die overwon. 3 keer riep hij “Fight! Fight! Fight!”
De vergulde Don Colossus beeldt precies dat moment uit: de kogel, de vuist, de goddelijke bescherming. Een theologie in brons en bladgoud. De vijand is de elite, de media, de rechterlijke macht, de academische wereld als die niet gehoorzaamt.
De rituelen zijn de slogans, de MAGA-pet, het applaus, de vernedering van tegenstanders in het openbaar. Trump zelf staat in het midden als een soort tovenaar die de woede van het publiek omzet in politieke energie.