In april was de inflatie nog fors versneld van 1,65 procent in maart naar 4,01 procent, onder impuls van de oorlog in het Midden-Oosten en de gestegen energieprijzen. Die lagen vorige maand 10,58 procent hoger dan een jaar eerder, een verschil dat in mei nog opliep tot 11,2 procent.
Zo is diesel ruim een derde duurder dan een jaar eerder en benzine een kwart. Voor aardgas bedraagt de inflatie op jaarbasis 10,1 procent, voor elektriciteit gaat het om 2,9 procent. Andere producten en diensten die aanzienlijk duurder zijn dan in mei vorig jaar, zijn bijvoorbeeld vliegtuigtickets (+69,1 procent) door de duurdere kerosine en externe geheugenopslag (+30,4 procent) als gevolg van de hogere vraag naar AI-infrastructuur. Ook vakantiedorpen en campings (+20 procent) en pakketreizen (+18,4 procent) kosten veel meer, net zoals geneesmiddelen (+16,8 procent).
Vergeleken met april is er over het algemeen wel sprake van een uiterst lichte daling van de prijzen van goederen en diensten: de consumptieprijsindex is in mei met 0,08 procent gedaald. Daarbij zakten ook de energieprijzen: het gaat om dalingen met 7,3 procent voor aardgas, met 4,4 procent voor elektriciteit en met 0,6 procent voor brandstoffen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld ook auto’s en groenten en fruit wat goedkoper dan een maand geleden.
Pakketreizen (+2,8 procent), vakantiedorpen en campings (+9 procent), huisvuilophaling (+16,2 procent) en huur (+0,6 procent) kenden daarentegen prijsstijgingen ten opzichte van april.