Hoe zit het in de rest van het hoger onderwijs?
Zowel het Koninklijk Conservatorium Antwerpen als de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, beide onderdeel van AP Hogeschool Antwerpen, worden hard getroffen door de 2 procent-regel voor niet-EER-studenten. Samen tellen de twee opleidingen ongeveer 1.400 studenten, waarvan zo’n 18 procent uit niet-EER-landen komt.
Binnen de modeafdeling van de Academie ligt dat aandeel nog hoger: daar komt ongeveer 40 procent van de studenten van buiten de EER. Door de beperkte schaal van de opleiding heeft het verlies aan werkingsmiddelen daar een relatief grote impact in vergelijking met grotere instellingen.
Ook het conservatorium van Brussel heeft met 10 procent een hoog percentage niet-Europese studenten. Voor hen verhoogt het inschrijvingsgeld van 9.000 euro naar 17.500 euro.
En ook de universiteiten worden flink getroffen. Zij bieden meer Engelstalige opleidingen aan, waardoor ze meer internationale studenten aantrekken. Vooral de Vrije Universiteit Brussel telt relatief veel niet-EER-studenten: in academiejaar 2024-2025 ging het om ruim 14 procent op een totaal van ongeveer 25.000 studenten. Daarna volgen UHasselt en KU Leuven met elk 12 procent.
Slechts een beperkt aantal instellingen blijft onder of rond de 2 procent-grens, waaronder Arteveldehogeschool, VIVES en UCLL. Het merendeel van de hogeronderwijsinstellingen ziet zich genoodzaakt de studiegelden voor opleidingen met veel niet-EER-studenten te verhogen.
(Bron: Dataloep.be , academiejaar 2024-2025)