Gianni Infantino beleefde de voorbije week de zwaarste crisis sinds hij in 2016 aantrad als voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA. Onder toenemende druk moest hij zijn ambitieuze plan om privé-investeerders bij het WK te betrekken opdoeken.
Maar daarmee is de kous niet af. Voor de Europese voetbalbond UEFA kwam Infantino te laat tot inkeer. Het liet in een statement weten “geen vertrouwen” meer te hebben in de huidige FIFA-leiding.
Ze eisen een grondig onderzoek naar het FIFA-bestuur, maar die eis ligt eigenlijk al een maand op tafel. Meer bepaald sinds de schorsing van de Amerikaanse speler Folarin Balogun tijdens het WK werd opgeheven.
FIFA houdt vol dat de ethische commissie onafhankelijk heeft beslist – ook al waren er meerdere telefoongesprekken tussen Infantino en president Donald Trump – maar heeft tot dusver geen schriftelijk verslag van die zitting gepubliceerd.
Op de FIFA-raad zou Infantino, desnoods via een spoedprocedure, verantwoording moeten afleggen. Weigert hij een extern onderzoek naar de zaak-Balogun, dan zouden de pogingen om hem weg te krijgen een extra impuls kunnen krijgen.